|
THE PROCESSION OF EUROPA In een leegstaand schoolgebouw treffen we de kunstenaar. Zijn atelier heeft mooie hoge plafonds en kijkt uit op een verlaten speelplaats. Buiten is het donker, we zien alleen ons schimmig spiegelbeeld in het matte glas. Deze film is de rode draad doorheen zijn labyrintisch oeuvre.
THE PROCESSION OF E U R O P A i A HISTORY OF FEAR, WORSHIP AND SUBURBAN LIFE
![]() 'EUROPA', mixed media op papier, 40 x 30cm, 2009
STORYBOARD AND CAST IN Centraal staat het Tableau Vivant / Table of Content: een collectie van vierentwintig houten kaders, geplaatst in een tabelvorm. Het zijn de basiselementen waarmee Sven Verhaeghe telkens opnieuw aan de slag gaat, elke combinatie geeft vorm aan zijn fascinaties.
LE CHIEN QUI TRAVERSE L’EUROPE Zijdelings ontmoeten we een kreupele hond die een karretje voortsleurt, een beeld dat doet denken aan het romantische verhaal van Nello en Patrasche. Deze wereldberoemde mythe geniet in Vlaanderen nauwelijks bekendheid, hoewel ze jaarlijks duizenden toeristen naar Antwerpen lokt. Een schoolvoorbeeld van hoe Sven Verhaeghe een verborgen verhaal weer opvist en herinterpreteert. Praaltochten en al dan niet religieus geïnspireerde processies zijn een weerkerende fascinatie bij Sven Verhaeghe. De combinatie van kitsch, deels oprechte piëteit en een volks feestgevoel is een dankbaar onderwerp. Hoewel processies een welomlijnd parcours afleggen, blijven ze onderweg. Dit ritueel rondtrekken is bij Sven Verhaeghe een metafoor voor het kunstenaarschap. Het immer op zoek zijn, de aanhoudende cyclische beweging rond een thema tot het omsingeld en onderworpen wordt door de kunstenaar, het belagen van een fascinatie tot het een waar onderwerp wordt.
TRAVELLING SHOT: Sven Verhaeghe put veel inspiratie uit ritjes met de wagen. Daarbij ervaart hij een zekere synchroniciteit tussen zijn meanderende gedachten en de voorbijrazende omgeving. De duistere landschappen van Sven Verhaeghe zijn flitsen uit deze mentale road movie. Ze roepen een dreiging op die aan de jungle uit Joseph Conrad zijn novelle Heart of Darkness doet denken. Francis Ford Coppola baseerde zijn epos Apocalypse Now grotendeels op dit literaire werk. De lange reis die Marlowe / Willard maakt op zoek naar Kurtz is een introspectieve tocht, een afdaling naar de donkerste regionen van de menselijke ziel. Beschaving blijkt in zowel het boek als de film slechts een dun laagje vernis.
IN BOCCA AL LUPO Het enthousiasme waarmee de toeschouwer de opgezette vos aanmoedigt in zijn verstilde poging tot wandelen, vertelt veel over de levendigheid van onze verbeelding. Het animisme mag dan als lachwekkend worden beschouwd door de ratio, de hedendaagse mens schenkt nog steeds makkelijk haar eigen gaven en kenmerken aan (huis)dieren. Vossen en andere bosbewoners blijven beladen met symboliek en niet toevallig duiken in komkommertijd verhalen over wolven op. In de zomer verdwijnt de beschaving naar de achtergrond, wordt er tijd vrij gemaakt en ontspant de mens zich. Dan keert hij terug naar het primitieve, haast letterlijk: hij trekt de natuur in, gaat kamperen, loopt halfnaakt rond – de mens doet dan vrijwillig afstand van de luxe en beschouwt dat als vakantie. In deze basale fase komen de wolven uit het bos en herrijzen de monsters uit de meren. Het witte gipsen hert van Sven Verhaeghe verwijst naar één van de bekendste en tegelijk meest noodlottige ontmoetingen tussen mens en god. In de Griekse mythologie vinden we het verhaal van Actaeon, een uitmuntend jager die tijdens een jachtpartij met zijn honden op de badende godin Diana stoot. Hij vergaapt zich aan haar naakte schoonheid en de vertoornde Diana tovert hem om tot een hert. Actaeon sterft een tragische dood wanneer zijn eigen honden hem verscheuren.
FESTEN Ondanks de economische malaise, het afhaken van sponsors en de immer duurdere tickets blijven zomerfestivals een gigantisch succes. Dit mag niet verbazen. Festivals zijn een vrijzone waar druggebruik getolereerd wordt en muziek de bezoeker in vervoering brengt. Opnieuw zijn mensen bereid om zich in hun vrije tijd aan rudimentaire leefomstandigheden over te geven teneinde een groepsgevoel te beleven dat aan bacchanalen doet denken. Wie de opgezweepte massa in ogenschouw neemt, kan niet anders dan over een nieuwe religie te spreken; vreemden verbinden zich opnieuw vreedzaam voor een muzikaal altaar. In deze vrijzone viert de verbeelding hoogtij. Sven Verhaeghe ziet verbanden met de oogstfeesten, hét oerfestival bij uitstek. In zijn werk vinden we kleine referenties naar de bijhorende folklore: de strooien kruisbeelden, de Mariaverering in de zomermaanden, zelfs Charon laat de lijkkist – compleet met Europese obool – trekken door een zwartgeblakerde tractor. Sven Verhaeghe verdiepte zich in de geschiedenis van een aantal sektes. Vertrekkend van de lectuur van Rousseau zijn pedagogische roman Émile ou de l’éducation onderzoekt hij de blijkbaar inherente menselijke drang om terug te keren naar de natuur. Rousseau bepleit in zijn boek een nieuwe opvoedingsmethode, ver weg van de corrumperende industriële vooruitgang en zelfs van de verlichtingsideeën waar hij oorspronkelijk zelf de wegbereider van was. Ook laat hij zijn personages een natuurgodsdienst belijden wat hem in problemen bracht met de kerkelijke overheden. De naam ontleende hij van het gelijknamige boek van Henry Thoreau die veertig jaar voordien bij wijze van experiment twee jaar lang in een zelfbebouwde hut temidden de wildernis woonde. Van Eeden vertaalde het verslag en gebruikte het als inspiratie voor zijn kolonie. Het socialistische experiment faalde jammerlijk. Ondanks het feit dat ze gedoemd lijken om te mislukken, duiken communes telkens opnieuw op, hippiekolonies en religieuze sektes blijven schering en inslag. Sven Verhaeghe is gefascineerd door deze sektaire bewegingen; hoe goed de bedoelingen aanvankelijk ook zijn, ze ontaarden steeds opnieuw en draaien meestal uit op een flop. De menselijke koppigheid en dubbelzinnigheid, het geloof in een maakbare maatschappij, het vrijwillige isolement – Sven Verhaeghe oordeelt niet maar maakt dankbaar gebruik van de thematiek. De terugkerende omheiningen, de volksfeesten en dansende mensen in zijn werk, getuigen subtiel van zijn fascinatie. In de maquettes kan men vaak een licht seksuele ondertoon ontdekken. Opnieuw een verwijzing naar communes en sektes waar de seksuele zeden vaak afwijken van de maatschappelijke normen.
![]() 'WALDEN', houtskool op papier, 180 x 150cm, 2009
CROSSING THE BORDER WITH MONSIEUR LEBLANC Kunst is voor Sven Verhaeghe een terugkeer naar het primitieve, het instinctieve en daarbij moeten grenzen verlaten worden. Ook die tussen ernst en kitsch, tussen high en low culture.
INTO THE TREES – THE LAST RESORT – A THREESOME In het eerste deel van een symbolisch drieluik verandert een boom in een fontein en vergroeit een engelenhoofd met de stam. Opnieuw worden twee archetypes – de moeder en het woud – met elkaar verbonden: een letterlijke uitwas van een typisch Mariakapelletje.
![]() 'OUR VILLAGE', olie op doek, 2008
CLOSING SCENE: ELYSIAN FIELDS Het ultieme grensland is de dood. Waar folklore het dagelijkse leven probeert vorm te geven, proberen mythes vat te krijgen op het eeuwige leven. Sven Verhaeghe probeert in zijn kunstwerken beide werelden weer dichter bij elkaar en de toeschouwer te brengen. De onderwereld was bij de Grieken een sombere plaats vol zwarte bomen en kolkende rivieren. De doden zijn er slechts schimmen die rusteloos en willoos ronddwaalden. Het ‘leven’ na de dood was een sterk verminderde vorm van bewustzijn, wie niet uitzonderlijk goed of slecht geleefd had, leidde een negatief bestaan: geen zonlicht, geen jeugd, geen geestesleven. Toch hadden de Grieken iets gelijkaardig. Uitzonderlijk kwam een sterfelijke terecht in de Elyzeese velden die sporadisch ook als eilanden worden beschreven. De lucht is er helder en fris, de bomen zijn er beladen met bloemen en er vertoeven enkel helden, dichters en filosofen. De alomtegenwoordige griezelige leegte en uitdovende menselijke aanwezigheid in de werken refereert naar deze donkere onderwereld. Dorre weides, landschappen vol gerecycleerd afval, afgebrande koetsen, dikke witte gipslagen die alles bedekken als gestolde lava – echt opbeurend is het werk van Sven Verhaeghe niet. Hoewel het in eerste instantie wel grappige elementen bevat, de kitsch zorgt voor een monkellach van herkenning, krijgt het tragische en desolate snel de bovenhand. De kunst van Sven Verhaeghe doet ons nadenken over onze positie in de wereld. Hoe betrekkelijk is ons bestaan? Wat is authenticiteit en hoe kunnen we die bereiken? Wat is ‘echt’ en wat ‘vals’ en hoe definiëren we die termen? Zijn we vrije wezens of koesteren we slechts welwillend die illusie? Hoe diep wortelen we in het verleden en kunnen we ons wel losrukken van de geschiedenis? Zijn werk is niet eenduidig. Het zweemt tussen kunst en kitsch, schemert tussen licht en donker. Soms is het grappig, vaak is het wrang. La condition humaine is bij Sven Verhaeghe van een tragische aard, zij het met een homerische lach op de achtergrond. De toeschouwer wordt uitgedaagd met dubbele bodems, een rits diep verborgen referenties en bijzonder duistere taferelen.
|


